ENDOCRIENE THERAPIE

Met een endocriene therapie wordt de groei van borstkankercellen geremd. Deze kwaadaardige cellen hebben geslachtshormonen nodig om te kunnen groeien. Door deze hormonen buiten werking te stellen sterven de borstkankercellen af.

 

Van de vrouwen die nog menstrueren heeft ongeveer 30% een hormoongevoelige tumor; bij vrouwen na de overgang is dat ongeveer 65%. Endocriene therapie moet, wanneer het als aanvullende behandeling wordt gegeven, meestal 5 jaar gevolgd worden. U slikt dan eenmaal daags een tablet. Veel vrouwen ondervinden hier weinig hinder van, terwijl anderen wel veel last hebben van de bijwerkingen (bijvoorbeeld opvliegers).

 

Als u veel HER-2 eiwit op de celbuitenkant van de borstkanker hebt en een adjuvante behandeling met chemotherapie krijgt, wordt u ook behandeld met trastuzumab (herceptin) in het kader van doelgerichte therapie.

 

Endocriene therapie en de overgang

Bij vrouwen die de overgang achter de rug hebben en een hormoongevoelige tumor hebben, is soms geen chemotherapie nodig. De endocriene therapie alleen heeft al voldoende effect.

 

Heeft u de overgang achter de rug, dan krijgt u medicijnen die de werking van oestrogenen tegengaan. Een bekend middel is tamoxifen. Nieuwere middelen zijn de aromataseremmers (anastrozole, letrozole, exemestane).

 

Bij vrouwen die de overgang nog niet zijn gepasseerd, is de behandeling in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de grootste oestrogeenbron: de eierstokken. Vroeger gebeurde dit operatief door de eierstokken te verwijderen, nu ook vaak door toediening van medicijnen. Dit zogenaamde LHRH-analogon gosereline (Zoladex®) of Suprafact®) wordt in de buik gespoten via een onderhuidse injectie. Daarnaast krijgen deze vrouwen ook vaak tamoxifen of een aromataseremmer voorgeschreven.

 

In de patiëntenfolder leest u meer over endocriene therapie.