BEHANDELING


Bij borstkanker zijn de meest toegepaste behandelingen:

  • een operatie

  • (neoadjuvante) chemotherapie

  • bestraling

  • endocriene therapie

  • doelgerichte therapie


Veel mensen met borstkanker krijgen een combinatie van genoemde behandelmethoden. De keuze en de volgorde van de verschillende behandelingen is onder meer afhankelijk van de kenmerken van de tumor, het stadium van de ziekte, uw leeftijd en of u voor of na de overgang bent.

 

 

 
 
OPERATIE
In verreweg de meeste gevallen begint de behandeling van borstkanker met een operatie; de tumor wordt operatief verwijderd. Dit kan op twee manieren: de borstsparende operatie of de borstamputatie. Voor welke operatie gekozen wordt, hangt af van de grootte van de tumor en de borst, de soort borstkanker en in hoeverre de kanker verspreid is. Ook uw voorkeur telt uiteraard mee in de beslissing.

Omdat borstkanker uitzaaiingen kan geven, wordt er tijdens de operatie een of meerdere lymfeklieren uit de oksel verwijderd. Als er geen sprake is van voelbare lymfeklieren, verwijdert de chirurg een ‘schildwachtklier’. Dit is een lymfeklier in de oksel die zich het dichtst bij de afwijking in de borst bevindt. Dit is de zogenoemde schildwachtklierbiopsie of poortwachtklierprocedure.


BORSTSPARENDE OPERATIE

 

SCHILDWACHTKLIERPROCEDURE

 

BORSTAMPUTATIE

 

BORSTRECONSTRUCTIE

 

KEUZEHULP

 

NEOADJUVANTE CHEMOTHERAPIE

Bij grotere tumoren wordt ook wel chemotherapie gegeven voorafgaand aan de operatie. De medicijnen kunnen dan niet alleen eventuele nog onzichtbare uitzaaiingen vernietigen, maar ook de tumor in de borst verkleinen.
 
TUMORKENMERKEN EN PA-VERSLAG
Na de operatie onderzoekt de patholoog het verwijderde borstweefsel onder de microscoop. Zo wordt duidelijk of de tumor helemaal is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn. Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn. Ook de schildwachtklier wordt door de patholoog onderzocht. Als er in deze klier kankercellen aanwezig zijn, volgt een aanvullende behandeling. In het PA-verslag beschrijft de patholoog de tumorkenmerken.

 

TUMORGROOTTE

 

TUMORGRADERING (GROEISNELHEID/DIFFERENTIATIEGRAAD)

 

HER2 EIWIT

 

HORMOONGEVOELIGHEID

 

MAMMAPRINT

 

 

AANVULLENDE BEHANDELINGEN

Aanvullende behandelingen worden ‘adjuvante’ behandelingen genoemd. Het doel van de behandeling is tumorcellen die misschien in het lichaam aanwezig zijn, maar nog niet zijn aangetoond, te vernietigen. De behandeling kan bestaan uit bestraling, chemotherapie, endocriene therapie of doelgerichte therapie.

 

BESTRALING

 

CHEMOTHERAPIE

 

ENDOCRIENE THERAPIE

 

ENDOCRIENE THERAPIE BIJ MANNEN MET BORSTKANKER

 

DOELGERICHTE THERAPIE